Italiaans>I nuovi vestiti dell'imperatore

I nuovi vestiti dell'imperatore

B1Italiaans20 kaarten

Voor meer content, talen en functies download je de mobiele app in de App Store of via Google Play.

  1. C'era una volta un imperatore molto vanitoso.

    Er was eens een zeer ijdele keizer.

  2. Gli piaceva vestirsi con abiti eleganti.

    Hij hield ervan zich in elegante kleren te kleden.

  3. Due truffatori arrivarono in città.

    Twee oplichters kwamen naar de stad.

  4. Dissero che potevano tessere un tessuto magico.

    Ze zeiden dat ze een magische stof konden weven.

  5. Questo tessuto era invisibile agli sciocchi.

    Deze stof was onzichtbaar voor dwazen.

  6. L'imperatore diede loro molti soldi.

    De keizer gaf hun veel geld.

  7. I truffatori finsero di lavorare giorno e notte.

    De oplichters deden alsof ze dag en nacht werkten.

  8. L'imperatore mandò i suoi ministri a vedere i progressi.

    De keizer stuurde zijn ministers om de voortgang te zien.

  9. Nessuno di loro poteva vedere il tessuto.

    Geen van hen kon de stof zien.

  10. Ma finsero di sì, per non sembrare sciocchi.

    Maar ze deden alsof ze het konden, om niet dom te lijken.

  11. Anche l'imperatore andò a vedere il tessuto.

    De keizer ging ook de stof bekijken.

  12. Anche se non vide nulla, finse di ammirarlo.

    Hoewel hij niets zag, deed hij alsof hij het bewonderde.

  13. Ordinò che gli facessero un abito con quel tessuto.

    Hij beval een pak te maken van die stof.

  14. Il giorno della parata, l'imperatore indossò il suo nuovo abito.

    Op de dag van de parade trok de keizer zijn nieuwe pak aan.

  15. Sfilò per le strade davanti al suo popolo.

    Hij marcheerde door de straten voor de ogen van zijn volk.

  16. Tutti finsero di vedere i vestiti per non sembrare sciocchi.

    Iedereen deed alsof hij de kleren zag om niet dom te lijken.

  17. Un bambino gridò: "L'imperatore non indossa nulla!"

    Een kind riep: De keizer draagt niets!

  18. La gente iniziò a ridere.

    De mensen begonnen te lachen.

  19. L'imperatore si rese conto della verità.

    De keizer realiseerde zich de waarheid.

  20. Ma continuò a camminare con orgoglio.

    Maar hij bleef trots doorlopen.

0:00