Engels>The Emperor’s New Clothes

The Emperor’s New Clothes

B1Engels20 kaarten

Voor meer content, talen en functies download je de mobiele app in de App Store of via Google Play.

  1. Once upon a time there was a very vain emperor.

    Er was eens een zeer ijdele keizer.

  2. He loved to dress in elegant clothes.

    Hij hield ervan zich in elegante kleren te kleden.

  3. Two swindlers came to the city.

    Twee oplichters kwamen naar de stad.

  4. They said they could weave a magical fabric.

    Ze zeiden dat ze een magische stof konden weven.

  5. This cloth was invisible to fools.

    Deze stof was onzichtbaar voor dwazen.

  6. The emperor gave them a lot of money.

    De keizer gaf hun veel geld.

  7. The swindlers pretended to work day and night.

    De oplichters deden alsof ze dag en nacht werkten.

  8. The emperor sent his ministers to see the progress.

    De keizer stuurde zijn ministers om de voortgang te zien.

  9. None of them could see the fabric.

    Geen van hen kon de stof zien.

  10. But they pretended they could, so they wouldn’t look foolish.

    Maar ze deden alsof ze het konden, om niet dom te lijken.

  11. The emperor also went to see the cloth.

    De keizer ging ook de stof bekijken.

  12. Though he saw nothing, he pretended to admire it.

    Hoewel hij niets zag, deed hij alsof hij het bewonderde.

  13. He ordered a suit to be made from that cloth.

    Hij beval een pak te maken van die stof.

  14. On the day of the parade, the emperor put on his new suit.

    Op de dag van de parade trok de keizer zijn nieuwe pak aan.

  15. He marched through the streets in front of his people.

    Hij marcheerde door de straten voor de ogen van zijn volk.

  16. Everyone pretended to see the clothes to avoid seeming foolish.

    Iedereen deed alsof hij de kleren zag om niet dom te lijken.

  17. A child shouted: The emperor isn’t wearing anything!

    Een kind riep: De keizer draagt niets!

  18. The people began to laugh.

    De mensen begonnen te lachen.

  19. The emperor realized the truth.

    De keizer realiseerde zich de waarheid.

  20. But he kept walking proudly.

    Maar hij bleef trots doorlopen.

0:00