Pools>Elfy i szewc

Elfy i szewc

A2Pools18 kaarten

Voor meer content, talen en functies download je de mobiele app in de App Store of via Google Play.

  1. Pewien szewc i jego żona byli bardzo biedni.

    Een schoenmaker en zijn vrouw waren erg arm.

  2. Mamy tylko skórę na jedną parę butów.

    We hebben alleen leer voor één paar schoenen.

  3. Szewc tnie skórę i zostawia ją na stole.

    De schoenmaker snijdt het leer en laat het op de tafel liggen.

  4. Następnego ranka buty są gotowe.

    De volgende ochtend zijn de schoenen klaar.

  5. Jakie piękne buty! Kto je zrobił?

    Wat een mooie schoenen! Wie heeft ze gemaakt?

  6. Klient kupuje buty i dobrze płaci.

    Een klant koopt de schoenen en betaalt heel goed.

  7. Teraz mamy pieniądze na więcej skóry.

    Nu hebben we geld voor meer leer.

  8. Każdej nocy zostawia skórę na stole.

    Elke nacht laat hij leer op de tafel liggen.

  9. Każdego ranka znajduje gotowe buty.

    Elke ochtend vindt hij kant-en-klare schoenen.

  10. Ukryję się tej nocy, żeby zobaczyć, kto nam pomaga.

    Ik ga me vanavond verstoppen om te zien wie ons helpt.

  11. Tej nocy widzą dwa małe elfy pracujące szybko.

    Die nacht zien ze twee kleine elfjes snel werken.

  12. Są tak małe i nie mają ubrań!

    Ze zijn zo klein en hebben geen kleren aan!

  13. Musimy im podziękować.

    We moeten hen bedanken.

  14. Żona szewca szyje nowe ubrania dla elfów.

    De vrouw van de schoenmaker naait nieuwe kleren voor de elfjes.

  15. Tej nocy zostawiają ubrania na stole.

    Die nacht laten ze de kleren op de tafel liggen.

  16. Elfy znajdują ubrania i są szczęśliwe.

    De elfjes vinden de kleren en zijn blij.

  17. Tańczą i śpiewają, i nigdy więcej nie wracają.

    Ze dansen en zingen, en komen nooit meer terug.

  18. Dzięki elfom szewc nigdy więcej nie był biedny.

    Dankzij de elfjes was de schoenmaker nooit meer arm.

0:00