
Des Kaisers neue Kleider
B1Duits20 kaarten
Voor meer content, talen en functies download je de mobiele app in de App Store of via Google Play.
Es war einmal ein sehr eitler Kaiser.
Er was eens een zeer ijdele keizer.
Er liebte es, sich in eleganter Kleidung zu kleiden.
Hij hield ervan zich in elegante kleren te kleden.
Zwei Betrüger kamen in die Stadt.
Twee oplichters kwamen naar de stad.
Sie sagten, sie könnten einen magischen Stoff weben.
Ze zeiden dat ze een magische stof konden weven.
Dieser Stoff war für Narren unsichtbar.
Deze stof was onzichtbaar voor dwazen.
Der Kaiser gab ihnen viel Geld.
De keizer gaf hun veel geld.
Die Betrüger taten so, als ob sie Tag und Nacht arbeiteten.
De oplichters deden alsof ze dag en nacht werkten.
Der Kaiser schickte seine Minister, um den Fortschritt zu sehen.
De keizer stuurde zijn ministers om de voortgang te zien.
Keiner von ihnen konnte den Stoff sehen.
Geen van hen kon de stof zien.
Aber sie taten so, als ob sie es könnten, um nicht dumm zu erscheinen.
Maar ze deden alsof ze het konden, om niet dom te lijken.
Der Kaiser ging auch, um den Stoff zu sehen.
De keizer ging ook de stof bekijken.
Obwohl er nichts sah, tat er so, als ob er ihn bewunderte.
Hoewel hij niets zag, deed hij alsof hij het bewonderde.
Er befahl, ihm einen Anzug aus diesem Stoff zu machen.
Hij beval een pak te maken van die stof.
Am Tag der Parade zog der Kaiser seinen neuen Anzug an.
Op de dag van de parade trok de keizer zijn nieuwe pak aan.
Er marschierte durch die Straßen vor seinem Volk.
Hij marcheerde door de straten voor de ogen van zijn volk.
Alle taten so, als ob sie die Kleidung sehen könnten, um nicht dumm zu erscheinen.
Iedereen deed alsof hij de kleren zag om niet dom te lijken.
Ein Kind rief: Der Kaiser trägt nichts!
Een kind riep: De keizer draagt niets!
Die Leute begannen zu lachen.
De mensen begonnen te lachen.
Der Kaiser erkannte die Wahrheit.
De keizer realiseerde zich de waarheid.
Aber er ging weiterhin stolz.
Maar hij bleef trots doorlopen.