
Cómo preparar huevos
A2Spaans36 kaarten
Voor meer content, talen en functies download je de mobiele app in de App Store of via Google Play.
Huevos, huevos, ¿cómo los quieres hoy?
Eieren, eieren, hoe wil je ze vandaag?
En agua o sartén, ¡qué rico sabor!
In water of pan, wát een heerlijke smaak!
Huevos, huevos, vamos a cocinar.
Eieren, eieren, laten we koken.
Suaves o firmes, ¡me gustan igual!
Zacht of hard, ik vind ze allebei lekker!
Pongo agua en la olla,
Ik doe water in de pan,
la dejo calentar.
ik laat het warm worden.
Con cuidado pongo huevos, y los dejo cocinar.
Voorzichtig doe ik eieren erbij, en laat ze koken.
Poco tiempo, yema suave,
Korte tijd, zachte dooier,
mucho tiempo, huevo duro.
lange tijd, hardgekookt ei.
Los saco, los pelo, ¡qué rico desayuno!
Ik haal ze eruit, pel ze, wát een heerlijk ontbijt!
Con aceite en la sartén, hago un huevo frito.
Met olie in de pan, bak ik een gebakken ei.
Si no lo giro, brilla el sol, amarillo y bonito.
Als ik het niet draai, schijnt de zon, geel en mooi.
Si lo giro poco tiempo, la yema queda suave.
Als ik het kort draai, blijft de dooier zacht.
Si lo dejo un poco más, queda firme y sabe.
Laat ik het iets langer, dan wordt hij stevig en smaakt goed.
Rompo huevos en un bol,
Ik breek eieren in een kom,
los empiezo a batir.
ik begin ze te kloppen.
Con un poco de sal, ya los puedo freír.
Met wat zout, kan ik ze nu bakken.
Los muevo en la sartén,
Ik beweeg ze in de pan,
suaves, suaves, revueltos.
zacht, zacht, roerei.
Con pan y un poco de queso,
Met brood en wat kaas,
¡son mi desayuno perfecto!
is het mijn perfecte ontbijt!
Agua caliente en la olla,
Heet water in de pan,
sin dejarla hervir.
zonder te laten koken.
Abro el huevo con cuidado,
Ik breek het ei voorzichtig,
lo dejo ahí dormir.
laat het daar rustig liggen.
La clara abraza la yema,
Het eiwit omhelst de dooier,
todo queda suave.
alles wordt zacht.
Lo saco con una cuchara,
Ik haal het eruit met een lepel,
¡qué rico y qué amable!
wát lekker en zo vriendelijk!
Corto algunas verduras, tomate y pimiento.
Ik snijd wat groenten, tomaat en paprika.
Las pongo en la sartén,
Ik doe ze in de pan,
y las frío un poco.
en bak ze een beetje.
Bato huevos en un bol,
Ik klop eieren in een kom,
los pongo con cuidado.
ik doe ze voorzichtig erbij.
Doblo mi omelet,
Ik vouw mijn omelet,
¡qué rico ha quedado!
wát is die lekker gelukt!