
Mover, levantar, saltar!
A1Portugees10 kaarten
Voor meer content, talen en functies download je de mobiele app in de App Store of via Google Play.
Eu levo as compras.
Ik draag de boodschappen.
O menino deixa cair o seu brinquedo.
De jongen laat zijn speelgoed vallen.
Ela pressiona um botão.
Zij drukt op een knop.
Os homens puxam uma corda.
De mannen trekken aan een touw.
A mulher sobe a montanha.
De vrouw beklimt de berg.
A menina salta sobre uma poça.
Het meisje springt over een plas.
O homem levanta uma pedra pesada.
De man tilt een zware steen.
Ela abre as janelas.
Zij opent de ramen.
Ele fecha a porta.
Hij sluit de deur.
Movemos a mesa.
We verplaatsen de tafel.
0:00