Italiaans>Hanno loro la chiave?

Hanno loro la chiave?

A1Italiaans34 kaarten

Voor meer content, talen en functies download je de mobiele app in de App Store of via Google Play.

  1. Hanno loro la chiave?

    Hebben zij de sleutel?

  2. Ha senso dell'umorismo.

    Zij heeft gevoel voor humor.

  3. Hai un invito?

    Heb je een uitnodiging?

  4. I bambini hanno sete.

    Kinderen hebben dorst.

  5. Hai un progetto.

    Je hebt een project.

  6. Ha successo?

    Heeft hij succes?

  7. Ha una risposta?

    Heeft u een antwoord?

  8. Hai una matita?

    Heb je een potlood?

  9. Abbiamo un obiettivo.

    We hebben een doel.

  10. Non abbiamo niente.

    We hebben niets.

  11. Ha un problema?

    Heeft u een probleem?

  12. Hai sonno?

    Ben je slaperig?

  13. Ha lei un computer?

    Heeft zij een computer?

  14. Ha un messaggio.

    U heeft een bericht.

  15. Hai già fame?

    Heb je al honger?

  16. Lei ha una foto.

    Zij heeft een foto.

  17. Hanno una domanda?

    Hebben zij een vraag?

  18. Avete paura?

    Zijn jullie bang?

  19. Avete sogni?

    Hebben jullie dromen?

  20. Avete di più?

    Hebben jullie meer?

  21. Ho un'idea.

    Ik heb een idee.

  22. Ha un orologio?

    Heeft u een horloge?

  23. Hai una moto?

    Heb jij een motor?

  24. Avete una soluzione?

    Hebben jullie een oplossing?

  25. Ho tutto.

    Ik heb alles.

  26. Hai fretta?

    Heb je haast?

  27. Lui ha un fratello.

    Hij heeft een broer.

  28. Lei ha un biscotto.

    Zij heeft een koekje.

  29. Hanno un segreto.

    Zij hebben een geheim.

  30. Abbiamo un appuntamento.

    We hebben een afspraak.

  31. Lei ha pazienza?

    Heeft u geduld?

  32. Ho una sorpresa.

    Ik heb een verrassing.

  33. Lui ha una mappa.

    Hij heeft een kaart.

  34. È coraggioso?

    Is hij dapper?

0:00