Frans>Ont-ils la clé ?

Ont-ils la clé ?

A1Frans34 kaarten

Voor meer content, talen en functies download je de mobiele app in de App Store of via Google Play.

  1. Ont-ils la clé ?

    Hebben zij de sleutel?

  2. Elle a le sens de l'humour.

    Zij heeft gevoel voor humor.

  3. As-tu une invitation ?

    Heb je een uitnodiging?

  4. Les enfants ont soif.

    Kinderen hebben dorst.

  5. Tu as un projet.

    Je hebt een project.

  6. A-t-il du succès ?

    Heeft hij succes?

  7. Avez-vous une réponse ?

    Heeft u een antwoord?

  8. As-tu un crayon ?

    Heb je een potlood?

  9. Nous avons un objectif.

    We hebben een doel.

  10. Nous n'avons rien.

    We hebben niets.

  11. Avez-vous un problème ?

    Heeft u een probleem?

  12. As-tu sommeil ?

    Ben je slaperig?

  13. A-t-elle un ordinateur ?

    Heeft zij een computer?

  14. Vous avez un message.

    U heeft een bericht.

  15. As-tu déjà faim ?

    Heb je al honger?

  16. Elle a une photo.

    Zij heeft een foto.

  17. Ont-elles une question ?

    Hebben zij een vraag?

  18. Avez-vous peur ?

    Zijn jullie bang?

  19. Avez-vous des rêves ?

    Hebben jullie dromen?

  20. Avez-vous plus?

    Hebben jullie meer?

  21. J'ai une idée.

    Ik heb een idee.

  22. Avez-vous une montre ?

    Heeft u een horloge?

  23. As-tu une moto ?

    Heb jij een motor?

  24. Avez-vous une solution ?

    Hebben jullie een oplossing?

  25. J'ai tout.

    Ik heb alles.

  26. Es-tu pressé ?

    Heb je haast?

  27. Il a un frère.

    Hij heeft een broer.

  28. Elle a un biscuit.

    Zij heeft een koekje.

  29. Ils ont un secret.

    Zij hebben een geheim.

  30. Nous avons un rendez-vous.

    We hebben een afspraak.

  31. Avez-vous de la patience ?

    Heeft u geduld?

  32. J'ai une surprise.

    Ik heb een verrassing.

  33. Il a une carte.

    Hij heeft een kaart.

  34. Est-il courageux ?

    Is hij dapper?

0:00
Ont-ils