
Je le fais
A1Frans18 kaarten
Voor meer content, talen en functies download je de mobiele app in de App Store of via Google Play.
Vous faites tout.
U doet alles.
Nous faisons un film.
Wij maken een film.
Nous faisons un feu de camp.
Wij maken een kampvuur.
Il fait du yoga tous les matins.
Hij doet elke ochtend yoga.
Je fais quelque chose d'important.
Ik ben iets belangrijks aan het doen.
Est-ce que tu prépares le dîner ?
Ben jij het avondeten aan het maken?
Fais-tu normalement une liste de courses ?
Maak je normaal gesproken een boodschappenlijstje?
Elles font des sandwichs.
Zij zijn sandwiches aan het maken.
Vous faites une contribution importante.
Jullie leveren een belangrijke bijdrage.
Vous faites un excellent travail.
U doet geweldig werk.
Je fais toujours mes devoirs.
Ik maak altijd mijn huiswerk.
Est-ce qu'elle fait les décorations pour la fête ?
Maakt zij de versieringen voor het feest?
Il ne fait rien.
Hij doet niets.
Est-ce que vous faites des plans pour l'été ?
Zijn jullie plannen aan het maken voor de zomer?
Elle fait toujours une réservation pour sa famille.
Zij maakt altijd een reservering voor haar gezin.
Ils préparent habituellement un petit déjeuner copieux.
Zij maken meestal een groot ontbijt.
Font-ils les courses ?
Zijn zij boodschappen aan het doen?
Elles font beaucoup de projets ensemble.
Zij doen veel projecten samen.