Spaans>Leer y escribir

Leer y escribir

A1Spaans11 kaarten

Voor meer content, talen en functies download je de mobiele app in de App Store of via Google Play.

  1. ¿Escribes libros?

    Schrijf je boeken?

  2. Ella lee un aviso.

    Zij leest een mededeling.

  3. Ellos trabajan para un periódico.

    Zij werken voor een krant.

  4. La ayudamos a aprender a leer.

    We helpen haar leren lezen.

  5. ¿Está escribiendo una carta?

    Schrijft hij een brief?

  6. ¿Les gusta leer?

    Houden jullie van lezen?

  7. Ella deletrea la palabra.

    Zij spelt het woord.

  8. No garabatees en tu libro.

    Kladder niet in je boek.

  9. Debemos firmar el contrato.

    We moeten het contract ondertekenen.

  10. Ya no imprimen la revista.

    Ze drukken het tijdschrift niet meer.

  11. Estoy escribiendo un poema.

    Ik schrijf een gedicht.

0:00