Engels>I do it

I do it

A1Engels18 kaarten

Voor meer content, talen en functies download je de mobiele app in de App Store of via Google Play.

  1. You do everything.

    U doet alles.

  2. We are making a movie.

    Wij maken een film.

  3. We make a bonfire.

    Wij maken een kampvuur.

  4. He does yoga every morning.

    Hij doet elke ochtend yoga.

  5. I am doing something important.

    Ik ben iets belangrijks aan het doen.

  6. Are you making dinner?

    Ben jij het avondeten aan het maken?

  7. Do you normally make a shopping list?

    Maak je normaal gesproken een boodschappenlijstje?

  8. They are making sandwiches.

    Zij zijn sandwiches aan het maken.

  9. You make an important contribution.

    Jullie leveren een belangrijke bijdrage.

  10. You are doing a big job.

    U doet geweldig werk.

  11. I always do my homework.

    Ik maak altijd mijn huiswerk.

  12. Is she making the decorations for the party?

    Maakt zij de versieringen voor het feest?

  13. He is not doing anything.

    Hij doet niets.

  14. Are you making plans for the summer?

    Zijn jullie plannen aan het maken voor de zomer?

  15. She always makes a reservation for her family.

    Zij maakt altijd een reservering voor haar gezin.

  16. They usually make a big breakfast.

    Zij maken meestal een groot ontbijt.

  17. Are they doing shopping?

    Zijn zij boodschappen aan het doen?

  18. They do many projects together.

    Zij doen veel projecten samen.

0:00