
Aus einem April
C1Duits16 kaarten
Voor meer content, talen en functies download je de mobiele app in de App Store of via Google Play.
Wieder duftet der Wald.
Het bos geurt weer.
Es heben die schwebenden Lerchen
De zwevende leeuweriken tillen
mit sich den Himmel empor, der unseren Schultern
met zich de hemel omhoog, die op onze schouders
schwer war;
zwaar was;
zwar sah man noch durch die Äste den Tag, wie er
weliswaar zag men nog door de takken de dag, zoals hij
leer war,-
leeg was—
aber nach langen, regnenden Nachmittagen
maar na lange, regenachtige middagen
kommen die goldübersonnten
komen de goud-overzonnen
neueren Stunden,
nieuwere uren,
vor denen flüchtend an fernen Häuserfronten
voor welke, vluchtend, op verre huisgevels
alle die wunden
al de gewonde
Fenster furchtsam mit Flügeln schlagen.
ramen angstig met hun vleugels slaan.
Dann wird es still. Sogar der Regen geht leiser
Dan wordt het stil. Zelfs de regen gaat zachter
über der Steine ruhig dunkelnden Glanz.
over de kalm donkerende glans van de stenen.
Alle Geräusche ducken sich ganz
Alle geluiden duiken helemaal weg
in die glänzenden Knospen der Reiser.
in de glanzende knoppen van de twijgen.